"Agora-onderwijs©®: are you qualified?" continues

Gepubliceerd op 21 april 2021 om 08:51

Agora-onderwijs ontstaat in 2014 bij Niekée Roermond en inmiddels zijn er zo'n 12 Agorascholen met nog 2 erbij in voorbereiding naar het volgende nieuwe schooljaar. De zorg van zo'n explosieve groei van een concept is dat het nog van de kaart verdwijnt voordat het goed en wel geheel ontwikkeld is.

Agora-onderwijs verdient een plek binnen de onderwijswereld omdat het voor vele van de huidige problemen een oplossing aanreikt. Wordt het dan niet eens tijd om kwaliteitseisen te gaan stellen aan de oprichting en inrichting van een Agora-school op basis van alle leerervaringen van de afgelopen jaren?

In 2014 start Niekée Roermond met Agora-onderwijs. “Regie over eigen ontwikkeling” wordt op de werkvloer uitgewerkt. In februari 2018 schreef ik in mijn blog “Landelijke doorbraak Agora©®: Are you qualified?” over mijn zorgen over een te ‘gretige’ implementatie op andere scholen van een nog niet volledig in de praktijk neergezette Agora-filosofie. In het schooljaar 2021-2022 zullen er 14 Agora-scholen zijn dwars door heel Nederland en er is geen enkele school hetzelfde. Mijn zorg is nog steeds dat er teveel de ruimte bestaat tot wildgroei en de ontwikkeling van meerdere ‘mutaties’ van de Agorafilosofie waardoor het risico blijft bestaan dat Agora-onderwijs aan haar eigen succes ten onder kan gaan.

De Vereniging Agora-onderwijs waar de Agora-scholen deel van uitmaken wil het Agora-onderwijs verder ontwikkelen en uitbouwen en gezamenlijk ontwikkelde kennis delen. De scholen moeten samen een lerende organisatie vormen. Tien principes vormen het speelveld voor elke school die Agora-onderwijs wil gaan geven. Deze principes gaan vooral over wat Agora niet is, niet wat het ondertussen wel is. Naar mijn mening is het van groot belang dat het leren bestaat uit het gebruiken van alle mogelijkheden voor synergie uit de lessen van afgelopen jaren. Agora Roermond is en blijft het belangrijkste broeinest van Agora-onderwijs. Agora Roermond heeft als eerste en snel groeiende Agora-school alle zeilen bij moeten zetten afgelopen jaren en laat zien welke natuurlijke processen sturing en leiding nodig hebben en wat er nodig is aan cultuurverandering.

Het is mijn eigen challenge om dat wat ik heb gezien en ervaren eens op een rijtje te zetten. De grootste uitdaging was om dat te kaderen met kennis uit de organisatie- en veranderkunde en daarmee voor mijzelf ook te zien, waar mijn ideeën vandaan komen en geplaatst kunnen worden. Dat zou echter van jullie vragen om mijn gehele referentiekader mee te moeten volgen en dat is niet zo geschikt voor de blog op deze webpagina. Voor degene die daar interesse in heeft, je kunt het gehele achtergrondartikel met organisatietheorie lezen op mijn eigen website[i] of op Linked-In[ii]. Hieronder een samenvatting van de groei van Agora Roermond en de daaruit door mij gehaalde kritische succesfactoren voor het neerzetten van een succesvolle Agora-school.

De eerste en meest belangrijke kritische succesfactor is en blijft de beschikbaarheid van de zogenaamde Agoriaanse meesters[ii]! Zolang er geen opleiding is voor Agoriaanse meesters wordt de groei van een Agora-school hierdoor beperkt. Het is afhankelijk van de ontwikkeling en training-on-the job van de coaches voor didactisch coachen en het zich Agoriaans ontwikkelen van vakexpertise hoe snel je kunt groeien. Als het voor één factor cruciaal is dat er een grote mate van inspraak is van het team aan coaches, dan is het wel op dit punt. Bestuur en directie dienen oog en oor te hebben voor wat er mogelijk is aan verantwoorde groei en dat te vertalen in hun visie hoe er gegroeid kan worden, welke capaciteit er aangetrokken kan worden en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn, vanaf de start! Een belangrijke leerervaring is dat er vanaf het begin ‘overcapaciteit’ nodig is in personeelscapaciteit om de training on the job mogelijk te maken.

Een tweede kritische succesfactor is de transformatie van de cultuur; van individuele vakgerichtheid van de professionele leerkracht naar collectieve verantwoordelijkheid voor de leerweg van de leerling. Zolang dit niet plaatsvindt, blijven individuele meningen over hoe Agora vorm te geven de ontwikkeling in de weg staan en verandert het gedrag van de individuele leerkracht ook niet. Het onderschrijven van de Agorafilosofie hoort hand in hand te gaan met het stellen van het collectieve belang van Agora-onderwijs boven de individuele opvatting van een leerkracht. De leerling staat centraal. Als je collectieve verantwoordelijkheid voor elkaar krijgt, dan pas heeft eigenaarschap van ontwikkeltaken effect, anders verzandt je ook hier in individuele projecten die weliswaar kunstmatig door overleg aan elkaar gekoppeld kunnen worden voor zogenaamde instemming, maar daarmee maak je het niet ‘gezamenlijk’. Ontwikkelde instrumenten dienen als vanzelfsprekend door iedereen gebruikt te worden, ongeacht individuele opvattingen daarover. Dat maakt de kracht!

Een derde kritische succesfactor is het behouden van kleinschalige teams om onderling te kunnen blijven afstemmen ten behoeve van de ontwikkeling van de leerling. Als je de maximale grootte van een ‘Agoracel’ bereikt -ik begrijp dat dat rond de 70 leerlingen ligt- dan heb je naast elkaar zelfstandig functionerende teams nodig. Momenteel zijn er zo’n vijf teams voor 300 leerlingen. Elk team bestaat uit zo’n 4 tot 5 coachgroepen die onderling zelfstandig functioneren.

Dan kom je bij de vierde kritische succesfactor: de borging van eenzelfde ‘output’ als je met verschillende teams gaat werken die zelfstandig zijn. Je hebt het dan over de ‘Agoriaan’ maar ook over het Agoriaans maken van het PTA en het gereed maken van de leerling voor het examen. De middelbare scholier die Agora-onderwijs doorloopt is veel meer dan zijn diploma. Onderzoek zal dat komende jaren hopelijk met feiten kunnen staven. Op het moment dat helder gecommuniceerd kan worden welke meerwaarde Agora-onderwijs heeft, dan is een duidelijkere marktpositionering binnen het onderwijs mogelijk!

Agoriaanse output is ook op een Agoriaanse manier naar het diploma toewerken waarbij de eerste stap is om het PTA Agoriaans af te nemen (challengericht, minder toetsen). Naarmate je examenleerlingen krijgt –en dat is al vrij snel- dan komen deze vragen als vanzelfsprekend voorbij. In de afgelopen jaren zijn er ook stoplichtgesprekken ontwikkeld om als leerkrachten met elkaar te overleggen hoe de leerling ervoor staat; is hij al klaar om het examen te kunnen halen?

Een vijfde kritische succesfactor is het op zoveel mogelijk leerlinggerichte manieren aanbieden van vakken zodat op maat werken voor de leerlingen richting dat eindexamen mogelijk wordt. Dat vergt een focus op de ontwikkeling van je vakexperts die vanuit hun eigen ontwikkeling steeds Agoriaanser gaan werken. Onderling van elkaar kunnen leren en de bereidheid om te veranderen zijn cruciaal. De doelstelling is om de leerling vanuit de challengegedachte de eindtermen te laten behalen. Eigenlijk zonder dat hij dat merkt. Zolang het diploma bestaat zou alleen in de laatste maanden het oefenen voor de landelijke examens een luis in de pels van Agora-onderwijs moeten zijn. Als je dat niet realiseert en je PTA en je vakexperts blijven in methodieken en een PTA hangen zoals binnen traditioneel onderwijs, dan mag je het geen Agora-onderwijs noemen. Je zult merken dat de intrinsieke motivatie van leerlingen opdroogt, er traditioneel gedrag plaatsvindt voor het behalen van voldoendes, van elke leerling nu aanpassing aan de vakexpert wordt gevraagd en je als leerkracht als vanouds je ondergesneeuwd zult voelen in het van buitenaf opgelegde systeem van presteren in plaats van het uiten van passie en motivatie voor je vak!

De zesde kritische succesfactor is de sturing van de organisatie en de wijze van leidinggeven. Je wil je intrinsiek gemotiveerde leerkrachten die Agoriaans meester willen worden zoveel als mogelijk ruimte geven voor hun ontwikkeling en dan hoor je de termen zelforganisatie en zelfsturing vallen. Als je echter de groei in de bovengeschetste fasen niet stuurt om tot een volwaardige Agora-school te komen, dan blijf je oneindig lang pionieren. Je hebt die cultuuromslag nodig, je dient je focus continu te verleggen om de volgende ontwikkeling vorm te geven. Het teveel trial-and-error ontwikkelen op enkel en alleen onderlinge afstemming tussen de coaches leidt niet vanzelf tot een andere cultuur, tot het ontstaan van een Agoriaans PTA, tot een ‘standaard ontwikkelweg’ van de leerling (LOB). Sterker nog, het risico is aanwezig op navelstaren en teveel afwachten waardoor de snelheid uit de organisatieontwikkeling verdwijnt en de aandacht geheel is afgeleid van de leerling! Het verliezen van ontwikkelsnelheid is de dood in de pot en het grootste afbreukrisico in cultuuromslag! Er is een helicopterview nodig, er is enthousiasmeren van je leerkrachten nodig met oog voor hun welzijn en het is nodig om richting te blijven geven aan wat je aan het doen bent en waarom. En dat kan prima hand in hand gaan met autonomie op de plek waar het thuishoort: in de relatie tussen de leerlingen en de coaches.

De zevende kritische succesfactor zijn ondersteunende systemen zoals de Challenge Monitor en de Voortgangsmonitor. Zij laten zien waar de leerling staat in zijn ontwikkeling, wat het profiel gaat worden om na Agora door te gaan. In principe heb je hier een hele mooie basis voor een ‘portfolio’ in plaats van het diploma om je verrijkte kennis en ontwikkelde vaardigheden mee aan te tonen voor vervolg. Zover zijn we nog niet, daarvoor zijn de eerste zes succesfactoren nodig om dit aantoonbaar te maken.

Magister kan ik niet echt een Agora-systeem noemen. Het is vooral een instrument om in de laatste fase van de leerling bij Agora bij te houden hoe de leerling ervoor staat om dat diploma te halen op basis van cijfers, maar doet eerder afbreuk aan Agora-onderwijs, dan dat het ondersteunt.

Pas als er een cultuurverandering heeft plaatsgevonden naar collectieve verantwoordelijkheidvoor de leerling, een Agoriaans PTA is ingericht, een natuurlijke leerweg van challenges naar eindtermen, een vermenging van didactisch coachen en Agoriaanse vakontwikkeling naar Agoriaans meesterschap en ondersteunende systemen het LOB zichtbaar maken, dan pas kun je opnieuw terug naar de professionele organisatie waar zelfsturing en zelforganisatie op de werkvloer blijven zorgen voor een continue ontwikkeling en sturing op afstand kan plaatsvinden met als belangrijkste taak het ondersteunen van de leerkrachten.

De bovenstaande succesfactoren zijn bouwstenen voor elke nieuwe Agoraschool die bovenop de ‘niet’-formuleringen van de tien principes van de Vereniging zouden moeten komen. We gaan van ‘niet’ naar wat moet je in huis hebben, hoe je je organisatie inricht, welke cultuur nodig is, welke sturing en systemen essentieel zijn wil je de naam Agora-onderwijs mogen voeren. Alleen de gezamenlijke normen en waarden vanuit de filofisie zijn daarvoor ontoereikend!

Ik blijf me dan ook zorgen maken voor het voortbestaan van Agora-onderwijs zolang ik niet ervaar, dat de collectieve verantwoordelijkheid voor landelijk kwalitatief onderwijs belangrijker wordt, dan de ongecontroleerde creativiteit die elke school individueel aan de dag denkt te moeten leggen om hun onderwijsaanbod te ‘verrijken’ met Agora-onderwijs. Het vergt moed en durf om als individuele school over je eigen schaduw heen te stappen en je ondergeschikt te maken aan het belang van kwalitatief eenduidig Agora-onderwijs nationaal.

Er is een onterechte krampachtigheid in het bewijzen dan alles zonodig opnieuw, fris en uitgevonden en vormgegeven moet worden onder de noemer van ‘authenticiteit’. Het staat verre van het zijn van een lerende organisatie. Leer van ervaringen bij Agora Roermond; voorkom start-up fouten en neem succes over. Daar is niks mis mee! Durf het traject aan te gaan van een omslag in cultuur en durf daarbij het leiderschap te tonen om elke groeifase te duwen, eraan te trekken en elke keer opnieuw aan te geven waarom het zo belangrijk is te doen wat je doet! Dat verandermanagement met duidelijk leiderschap is nodig, totdat je de volwassenheid van een vernieuwde professionele organisatie hebt bereikt en zover zijn we nog niet! Durf nationaal leiding te tonen, door kwaliteitseisen op te leggen om de naam van Agora-onderwijs te mogen voeren. Het is van nationaal belang om Agora-onderwijs een plaats te geven als ‘vernieuwd traditioneel onderwijs’… over een tijdje!

In het bovenstaande is de gehele derde pijler van Agora-onderwijs ‘ouderparticipatie’ en het belang van communicatie nog niet aan de orde gekomen. Toch, zonder ouderparticipatie als wezenlijk onderdeel van het ‘onderwijsaanbod’ is Agora-onderwijs niet compleet. Daarover meer in een volgende blog!

[i] https://www.mirswonderewereld....

[ii] https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:6790527514956632064/

[iii] Ik weet niet of de term Agoriaans meesterschap in de praktijk is overgenomen, maar het gebruik ervan maakt wel duidelijk, dat een leerling ondersteunen in zijn ontwikkeling met Agora-onderwijs iets anders van je vraagt dan leerkracht zijn binnen het traditioneel onderwijs. Ik vat hem zelf op als een combinatie van didactisch coachen en het beschikbaarstellen van vakkennis op een Agoriaanse manier die vele manieren van leren door leerlingen kan bedienen.

 

Zie voor de theoretische onderbouwing van bovenstaande: De groei van een Agoraschool: bouwstenen voor een blauwdruk


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.